StartHub Academy Afl 11: Het geld

Hoe financier je een startup? In deserie Starhub Academy sprak ik met ‘jonge honden en ouwe rotten’ over geld.

Geen tijd om te kijken? De highlights:

“Het coole is dat je tegenwoordig niet zo veel geld meer nodig hebt. En sterker nog: je kunt al vrij snel geld verdienen.” Stefan Fountain / Soocial

“Voor de dingen die je niet zelf kunt, heb je geld nodig. Dus als je heel goed kunt ontwerpen, dan heb je geen designer nodig. En als je heel goed kunt programmeren, dan hoef je geen developer te betalen. Maar als je dat niet kan, ja dan moet het wel. Dus ik ben ben heel veel startups begonnen, zonder een rooie cent, gewoon in een weekend, hard werken, maar dat kan omdat ik mezelf heb leren programmeren” Boris Veldhuijzen van Zanten / o.a. The Next Web

“Ik denk dat je met zo’n 2000 euro gemiddeld al een heel eind komt om daar een eerste  proof of concept mee neer te zetten. En eigenlijk moet je ook niet meer dan dat doen. Volgens mij moet je een proof of concept neerzetten, heel erg je best doen om daar heel veel mensen naar te laten kijken en als je dan een goed gevoel krijgt dan kun je doorstarten” Mathijs van Abbe / Mobypicture

“Je kunt er ook voor kiezen om te bootstrappen, zoals wij dat hebben gedaan. En dat is gewoon een heleboel overuren draaien, zeven dagen in de week aan het werk. Overdag werken aan je startup, ‘s nachts werken voor klanten en zorgen dat je de deadlines bij beide producten haalt. Superveel stress, superveel werk, maar het zorgt er wel voor dat je totale controle over  je product blijft hebben.” Renato Valdés Omos / My Name Is E

“Ik denk dat de meeste startups met zo’n 20.000 euro een jaar kunnen leven met zijn tweetjes als je zuinig aan doet, dat moet genoeg zijn. Dan heb je een jaar om je product neer te zetten” Stefan Fountain / Soocial

“Mensen maken ook altijd de stap naar het ondernemen zo zwaar, geven daar heel veel gewicht aan. Terwijl: je kunt heel veel in je avonduren, ook al werk je nog voor een baas. (…) Als je een passie hebt en je wilt iets gaan doen, dan heb je bijna nog een hele werkweek in de avonduren en het weekend om naast je baan om aan een prototype of een proof of concept te werken.” Mathijs van Abbe / Mobypicture

“Als je een internetbedrijf wilt beginnen en je kunt niet programmeren dan denk ik: het zit je enorm tegen. Dan neemt je kans al enorm af. (….) Hoe meer je zelf kan hoe groter de kans dat je verder komt.” Boris Veldhuijzen van Zanten / o.a. The Next Web

“Het creeren van vrijheid om aan je product te werken en daaraan te kunnen sleutelen tot het  een bepaalde stijle weg naar succes heeft, dat is wel heel belangrijk. En als je voordat je dat stijle pad naar succes gevonden hebt al heel veel randvoorwaarden hebt van leningen of van aandeelhouders of van mensen je om je heen waarvan je dat geleend hebt daar wordt heel allemaal heel veel ingewikkelder van.”  Stefan Verkerk / Sanoma Uitgevers en IType FastR

“Hoe meer flexibiliteit je hebt in het begin, hoe groter de kans dat je slaagt. (….) Het is in niemands belang dat je niet meer flexibel bent, maar met de komst van een investeerder worden de omstandigheden toch zo.”  Boris Veldhuijzen van Zanten / o.a. The Next Web

“Als jij met een bank om tafel gaat zitten, dan is het altijd zo dat zij geen kont snappen van waar je mee bezig bent, dus je moet echt verschrikkelijk overtuigend zijn. Het is een ontzettend lang proces. Dat is voor venture capital ook zo, maar je zit wel aan tafel met mensen die iets voor je kunnen doen. Dus geld lenen is heel dom geld, het is wel goedkoop geld.” Robert Gaal / Wakoopa

“Als je het met eigen geld kunt doen, vooral doen. Wij zijn dure jongens. Wij zijn aardige jongens, we helpen de ondernemer over het algemeen ook met heel veel dingen waar ze zelf niet aan toe komen of wat ze niet kunnen, maar probeer zoveel mogelijk zelf te doen. Of met mensen om je heen. Of met geld van vrienden.” Floris van Alkemade / Solid Ventures

“Hoe kom je aan geld? Aan de ene kant: sparen (…) en aan de andere kant kijken wat je zelf kunt inbrengen. Je moet ook laten zien aan financiers dat je bereid bent om je nek uit te steken, dat je er alles voor over hebt. Ik krijg wel eens mensen langs die hebben een huis en een tweede huis en die zoeken dan geld. Dan zeg ik dan moet je je huis verkopen. Als zij dan zeggen daar begin ik niet aan, dan begin ik er ook niet aan.” Ronald van den Hoff /  Seats2Meet

“We willen echt dat er bloed, zweet en tranen en een tweede hypotheek van die ondernemer in de onderneming zit, voordat wij ons geld gaan toevertrouwen.” Floris van Alkemade / Solid Ventures

“Je ziet Nederlander vaker dan anderen hun huis verhypotheken of verdubbel-hypotheken om die eerste periode door te komen. (…) Nederlandse ondernemer in de tech-sector zijn er veelal op aangewezen.” Bob Stumpel / Result

“Ik krijg wel eens mensen met echt een leuk plan. En eigenlijk het enige geld dat ze nodig hebben om dat gerealiseerd te krijgen is het salaris vanzichzelf en van hun compagnon. En meestal nog geen lullig salaris ook. En dan zeg ik: als je daar financiering voor zoekt dan moet je bij me komen werken, want dat heet werknemer. Dan kom je werken, dan krijg je een niet al te lullig salaris en dat is het dan.” Ronald van den Hoff / Seats2meet


“Wij zoeken naar ondernemers en dat betekent mensen die risico durven te lopen. Dus op het moment dat je ondernemer wil worden je wil meteen exern geld ophalen om je salaris te betalen, dan is mijn vraag: wat voor risico loopt die ondernemer nou? Voor je het weet zit het even tegen en loopt ie weg, gaat hij toch weer in loondienst ergens anders. Dan is de investeerder zijn geld kwijt en dan is die ondernemer feitelijk alleen maar een ervaring rijker. Dat willen we niet.” Floris van Alkemade / Solid Ventures

“Ik zeg altijd : je moet geen zaken doen met vrienden of familie, maar je hebt niet altijd een keus. Je moet, nogmaals, bereid zijn op een gegeven moment ook dat principe maar overboord te zetten. Daar moet je ook zo snel mogelijk weer vanaf. Maar dat zijn de keuzes die je moet maken, dat is nou het ondernemersschap.” Ronald van den Hoff /Seats2meet

Inmiddels al bijna een half jaar ben ik bezig met Starthub, een initiatief dat ik samen met Erwin Blom van The Crowds heb opgezet om de Nederlandse startupscene in kaart te brengen en te promoten. Ik heb gesproken met jonge en oude ervaringsdeskundigen en portreteer aanstormende bedrijven. Wekelijks doe ik verslag. Vaak  in de vorm van ‘lessons learned’: wat wel en niet te doen wanneer je een startup begint. Soms zijn het ook portretten van bedrijven. Wil je ook leren? Schrijf je in voor de nieuwsbrief of bezoek de site en wanneer je zelf een startup bent meldt je aan bij StartHub DB. Deze (en vorige week ) zes Skype-interviews met Nederlandse startups. Layar, Yunoo, Soocial, Wakoopa, Twones en YouTellMe blikken terug naar 2009 en vooruit naar 2010. Zie bijvoorbeeld dit Layar interview.

Hoe popzalen social media inzetten: een gemiste kans

Het kan toch niet waar zijn.  Dat was mijn conclusie na twee dagen sites van zalen en sociale netwerken afstruinen. Het kan toch niet waar zijn dat de Nederlandse zalen echt zo weinig op het gebied van sociale media doen? Communities en blogs zijn ideale tools om de band met het publiek aan te halen en goed aan marketing en communicatie te doen, maar zalen van Paradiso tot Het Paard zijn slecht vertegenwoordigd op bijvoorbeeld Hyves, Facebook en Twitter. Internet is communicatie, maar de Nederlandse popzalen blijven in hun rol van klassieke zender hangen. Ik heb 15 zalen overal gevolgd en bekeken maar kan niet anders concluderen: social media is voor het Nederlands zalencircuit een gemiste kans. Veelal blijft het gebruik beperkt tot het publiceren van programma-gegevens. Gegevens die ook al op de eigen site prominent terug te vinden zijn. Van werkelijke interactie tussen zaal en bezoeker is online nauwelijks geen sprake.

Als ik de cijfers optel kom ik tot de conclusie dat 7 van de 15 zalen geen antwoord geeft op vragen of opmerkingen op Twitter (slechts 4 van de 15 gaan stelselmatig het gesprek met het publiek aan bij vragen en opmerkingen), 8 van de 15 zalen niet op Facebook vindbaar is, 7 van de 15 zalen geen Last.fm account heeft en 12 van de 15 op Hyves niet veel meer doet dan agenda-berichten plaatsen. Af en toe een poll die dan geen opvolging krijgt. Af en toe een blogpost waar geen vervolg aan wordt gegeven. Als je er aan begint, hou dan ook vol!

Er zijn niet zo heel veel zaken waar mensen zo gepassioneerd over kunnen raken als muziek. Dat ziet een zaal natuurlijk terug in de kaartverkoop en reacties tijdens de concerten. En dat enthousiasme dan daarbuiten niet bundelen? Ik snap het niet. Zet de passie van je publiek in. Je bezoekers kunnen een rol spelen bij scouten van nieuw talent, bij de promotie van concerten, bij het vastleggen van de geschiedenis in tekst, beeld en geluid. Dat gebeurt niet of nauwelijks. Mogelijk zijn bij de zalen werkzame personen op persoonlijke titel actief op de sociale netwerken, maar daar is op de sites van de clubs dan niets over terug te vinden.

Een positieve uitzondering in het club-circuit is Vera Groningen. Daar wordt je vrolijk van. Via het Twitter-account met 946 volgers wordt naast de programma-tips ook antwoord gegeven op vragen, terloopse opmerkingen gemaakt over de gang van zaken achter de schermen en foto’s geplaatst. Vera roept via haar site ook bezoekers op om zelfgemaakte concertfoto’s een van te voren vastgestelde code (hashtag) mee te geven, waarna de foto’s op zowel de Vera-site als het Vera Flickr-account terug te vinden zijn.

Aan de andere kant van het spectrum zit, niet vrolijk makend dus, een zaal als Paradiso met een Twitter-account met 3354 volgers. Maar de zaal volgt niemand terug. Op zakelijke toon worden de programma-gegevens getweet. Paradiso gebruikt Twitter als zender, niet als sociaal medium. Ook op Hyves, waar Paradiso 55690 leden heeft, blijft de inbreng van de zaal beperkt tot het aankondigen van het programma (hier en daar ondersteund met een link naar een relevante video). Reken online bij Paradiso niet op antwoord als je met een vraag zit.

Het advies zal de lezers van deze site niet raar in de oren klinken. Ga het gesprek ook online aan. Deel de kennis die achter de schermen aanwezig is. Mensen vinden dat leuk en als zaal weet je dat je dan altijd een beroep kunt doen op een groep betrokken mensen. Bovendien is het een unieke kans om er achter te komen wat er leeft onder je publiek. Daarbij is het gewoon een vorm van service: je neemt je publiek serieus en neemt de moeite om vragen te beantwoorden. Daarvoor zijn er ook baliemedewerkers die de telefoon beantwoorden in dienst. Alleen in dit geval geef je die service in het openbaar en is het daarmee ook marketing.

Bij de quickscan zijn de volgende zalen meegenomen: Paradiso Amsterdam, Melkweg Amsterdam, Tivoli Utrecht, Watt Rotterdam, 013 Tilburg, Paard van Troje Den Haag, Effenaar„ Eindhoven, Doornroosje/Merleyn Nijmegen, Hedon Zwolle, Gigant Apeldoorn, Nieuwe Nor Heerlen, Mezz Breda, Patronaat Haarlem, Nieuwe Nor Heerlen, Ekko Utrecht.

Zit ik er naast? Doen jullie het wel goed, maar heb ik op de verkeerde plek gekeken? Laat het weten, want in dit geval zit ik er graag naast! Laat het ook weten als er andere voorbeelden zijn die laten zien dat het wel kan!

Top Notch: zorg voor een onvergetelijke ervaring

Als het niet bij een artiest past, moet je hem er niet toe dwingen. Dat is de duidelijke stelling van Farid Benmbarek, pr- en a&r-manager van Top Notch. Dus zijn artiesten uit de Top Notch-stal als Dio, Aux Raus, Damaru of Flinke Namen niet verplicht om te twitteren of hun pagina op Hyves of Facebook bij te houden. Ook al zijn de ervaringen met deze ‘nieuwe media’ nog zo goed. “Als je het niet leuk vindt, dan kun je het ook niet”, stelt Farid. Net zoals hij heilig gelooft in de andere regels: gun volgers en fans voorrang of voordeel, ga fans niet de les lezen en praat als label nooit namens de artiest, als die niet weet wat je zegt.

Je kunt de taak van een artiest wel heel effectief overnemen als die geheel op de hoogte is. Zo hield Benmbarek zelf een week lang een Twitter-dagboek bij tijdens het eerste bezoek aan Nederland van de Surinaamse Damaru. “Ik maakte constant foto’s en liet weten wat hij deed”. Damaru wist wat er gaande was, vond het leuk. En al het nieuws rond zijn bezoek verspreidde zich als een razende. Daar is Twitter erg geschikt voor. Net zoals Benmbarek het microblog vaak gebruikt voor prijsvragen (“levert ook direct nieuwe followers op”) en primeurs. Daarmee laat je zien dat de fictieve korte lijn tussen fan en artiest op Twitter ook daadwerkelijk kort is. “Twitter maakt veel los. Het is relatief nieuw en spannend.” Het feit dat Twitter ook zo goed geïntegreerd is op de mobiel heeft in zijn visie bijgedragen aan het succes. Of aanwezigheid en populariteit op Twitter ook terug te zien is in de verkoopcijfers? “Ik denk wel dat het zich vertaalt naar hogere cd-verkoop of betere kaartverkoop voor concerten. Maar daar gaat het niet om. Het belangrijkste is bewustzijn: dat mensen weten dat je er bent, wat je doet.”

Ook goed zijn zijn ervaringen met Hyves. “Ik heb met hen vaker evenementen georganiseerd”, zegt Benmbarek. Zo waren er twee release-parties voor de cd van Flinke Namen: eentje voor de Hyves-vrienden en eentje voor relaties. En vijftig Hyves-vrienden van Fakkelbrigade kregen de cd te horen, nog voor de pers aan de beurt was. De band zelf gaf tussen de nummers door tekst en uitleg. Ook Winne was voor een bijzondere ontmoeting met zijn fans te porren. In het kader van het Your World-project, tussen grote foto’s van hedendaagse helden als Ghandi en Steve Jobs kwamen fans en artiest samen. “Er kwam zelfs een echtpaar dat hun kind vernoemd had naar Winne”. Dat maakt gelijk duidelijk waarom Benmbarek niet snel geld zou uitgeven aan een print ad en spaarzaam gebruik maakt van postercampagnes: een advertentie of een poster inooit een onvergetelijke ervaring. In dezelfde ruimte zijn met een artiest, het gevoel dat je werkelijk met iemand kunt praten, is dat wel. Het kost je als label ook geld, je moet er ook moeite voor doen, maar de impact is vele malen groter. Ook al is het per keer maar voor een kleine groep weggelegd, die groep praat het vol enthousiasme door.

De openheid van de nieuwe media werkt in de ervaring van Benmbarek wel twee kanten op. “Fans laten het ook weten als ze iets niet leuk vinden”. En je moet rekening houden met het zogenaamde uitvergroten:iets kleins kan op Twitter al snel uitgroeien tot ‘een zaak’. Zo gingen de tatoeages in het gezicht van Kempi als een lopend vuurtje rond en was een groot deel van de reacties uitgesproken negatief. Desondanks blijft Benmbarek postitief over de nieuwe media. Zijn vertrouwen in oude media is hij niet verloren. De laatste nummer 1 hit van Top Notch, Broodje Bakpao, was bijvoorbeeld de soundtrack van de tv-serie New Kids On The Block op Comedy Central. Dat is ook heel effectief gebleken.

Gasoline Brothers: Blijf bescheiden en blijf relativeren

Een website, een blog, een eigen Iphone applicatie, een game, Facebook, Myspace, Twitter, Bandcamp, Last.fm, Hyves en RN. De Utrechtse band The Gasoline Brothers is overal te vinden. Is het geen overkill? “Beter iets te veel, dan te weinig”, luidt het droge oordeel van drummer/zanger Léon Geuyen (38). Al is hij de eerste om toe te geven dat lang niet alles even effectief is. Myspace is het eerste dat hij zou laten vallen. “Daar geloof ik niet meer in. Ik denk dat we via die weg tien mensen hebben bereikt”.


Twitter is een ander verhaal. Het zeer directe contact van dit relatief nieuwe medium bevalt Léon heel goed. De band volgt bijna 500 mensen en heeft ruim 700 volgers. Daarmee is het een belangrijk netwerk geworden. Muziekjournalisten, collega-muzikanten, programmeurs van zalen en festivals en fans. Ze zitten er allemaal tussen. Haalbaar voor iedere band, beginnend of al langer bezig “Mits de muziek in orde is”, stelt Geuyen.

Via twitter kun je liefhebbers direct op nieuwe nummers wijzen, is het mogelijk optredens te regelen en kwam de band in direct contact met fans, waaronder wielrenner Koos Moerenhout. De fietser kon de muziek van The Gasoline Brothers waarderen. Waarop de band hem beloofde een nummer voor hem te schrijven wanneer hij Nederlands kampioen zou worden. Aldus geschiedde. Het nummer ‘There it goes (for Koos)’ werd overal opgepikt en gedraaid. Het dook op in Last.fm lijstjes, er werd over getwitterd. “Het was een breekijzer”, meent Léon. Reden voor de band om ook hun volledige nieuwe cd Tsk! via nieuwe wegen te distribueren. Platenmaatschappij My First Sonny Weissmuller vond het best: “Een geweldig album. Ik denk dat ik er dertien van verkoop”, aldus platenbaas Aldo Perotti zonder enig cynisme.

Via Mininova is de cd sinds de release begin oktober inmiddels 34.000 keer gratis gedownload. De band heeft daardoor ook fans in onder meer Wit Rusland, Amerika, Australie, Polen, Colombia en Brazilië weten te bereiken. Bovendien is de naamsbekendheid in eigen land ook enorm gegroeid. Daardoor komen er kwalitatief interessantere optredens op hun pad, die ook nog eens beter betalen.

Moet iedere band dit nu zo gaan doen? Volgens Geuyen hangt het af van de ambities van een band. Zolang het een onschuldige hobby blijft hoef je er niet zoveel tijd in te steken. En wanneer je bij een grote platenmaatschappij zit, regelen die een deel van de promotie. Hoewel die ook veel van dit voorbeeld zouden kunnen leren. Maar voor een redelijk ambitieuze band bij een kleine maatschappij is het belangrijk en noodzakelijk om het heft in eigen hand te nemen. Het kost Léon dagelijks een paar uur. Maar doordat er veel voor terugkomt, blijft hij enthousiast.

Een paar belangrijke tips: zorg voor de persoonlijke touch, blijf bescheiden, blijf relativeren en zorg dat je geloofwaardig bent en blijft. Bedank mensen persoonlijk wanneer ze je muziek draaien of iets aardigs over je zeggen. “Ik vind het sowieso nog steeds een wonder dat mensen onze muziek draaien. Dus dat is wel een schouderklopje waard”, brengt Geuyen zijn eigen les in praktijk. Nog een belangrijke tip: wees als band creatief! Zo gaf The Gasoline Brothers de cd Tsk! ook gratis weg aan mensen die een kaartje kochten voor één van hun optredens. En werkte de band mee aan een live we bcast van 3VOOR12. Er keken vierenveerig mensen. “Klinkt misschien weinig, maar dat levert weer andere dingen op”, is de overtuiging van Léon Geuyen. Niet altijd één op één direct aanwijsbaar. Maar uiteindelijk zeker.

Gram: Een community opbouwen kost tijd

“The whole project has been the best thing I’ve ever done so far” is de conclusie in één van haar laatste berichten op Twitter. Marg van Eenbergen, ofwel Gram, kijkt na afloop van haar project terug. Meer dan een jaar lang was het scheppingsproces van een nieuwe cd van de artiest Gram te volgen via een webcam, wekelijkse Youtube-filmpjes, een blog en Twitter en Facebook.


“Ik wilde het hele proces laten zien” zegt Marg. Omdat ze zelf de tijd van liedjes bedenken en daaraan schaven misschien wel het leukste vindt van in een band zitten. “Het beste deel van wat Gram is kregen mensen nooit te zien.” Via de webcam nu dus wel. Met als positief ‘bij-effect’ dat je als artiest/band ook levend blijft voor je publiek in de tijd tussen twee cd’s in, als je net als Gram ook niet wekelijks in de spotlights staat op de diverse podia in het land.

Nu is de webcam uit en zwijgt Gram op Twitter. Marg kijkt tevreden terug. Wat begon als een “pr-digetje” is uitgegroeid tot wat anders. “Het heeft me zoveel meer opgeleverd dan ik van te voren had gedacht.” Mensen die muziek doorstuurden wanneer ze in een creatieve dip zat of een bepaalde muzikale richting leek uit te gaan. Discussies die los barsten wanneer ze liet weten een nummer toch niet te gebruiken voor de nieuwe cd. En toen ze het idee had dat een bepaald nummer een mandoline kon gebruiken, kwam 1 van haar volgers die vrijwel direct langsbrengen. Een band van 150 man zo beschrijft Marg het gevoel. “Ik denk dat de plaat er uiteindelijk beter van gaat worden”, is haar stellige conclusie.

Marg werkte volgens een strak van te voren bepaald stramien. Een vaste 24/7 livestream, tweets die mensen moesten wijzen op creatieve uitbarstingen of andere belangrijke momenten, het blog voor de dagelijkse reflectie en wekelijks één Youtube filmpje. Door dit zo vast in te delen was er op bijvoorbeeld Twitter naar haar gevoel weinig tot geen ruimte voor replys. Hierdoor bleef werkelijke interactie met haar volgers op die plek beperkt. Twitter was voor haar een soort “buienradar”. “Ik vind het wel jammer dat ik naar mijn gevoel weinig ruimte had om te replyen”, stelt van Eenbergen. Replies pastten niet in haar plan. En toen ze begon had Twitter in haar visie nog een andere functie dan het nu heeft. “Nu doet iedereen het”.

De Youtube-filmpes hadden een harde kern van 150 kijkers, met uitschieters naar soms wel 1000 kijkers. Op Twitter heeft Gram 241 volgers weten te vergaren. “Met die cijfers ga je geen Interactive Award winnen”, weet Marg. “Maar ik vind het nogal wat voor een band die eigenlijk uit de picture is.” Wat in ieder geval vast staat: wanneer ze een volgende cd gaat maken zal ze dat proces ook weer omlijsten met een speciaal project. Wat en hoe is nu nog niet duidelijk en hangt ook af wat er op dat moment bruik- en gangbaar is op internet. Belangrijkste les van dit alles? Misschien wel dat een echt goed sociaal netwerk opbouwen tijd kost. “Wanneer je werkelijk wat wil op en met internet kost dat tijd.” Daarom is het voor ondergetekende ook onbegrijpelijk dat Marg nu is gestopt met tweeten. Alsof een goede vriend opeens niks meer van zich laat horen. Van Eenbergen neemt de kritiek ter harte: ze heeft zich inmiddels weer gemeld op Twitter. Binnenkort gaat ze met volledige band binnekort de studio in. C-mon zal de cd co-produceren.

Myspace is niet alleen voor jonkies, ook voor Toots van 87!

Marc Bosch (48) begon in januari 2007 met de Toots Thielemans Myspace. Nog geen drie jaar later heeft de community bijna 11.000 friends, zonder hulp van een ‘friends-adder’, en misschien nog wel belangrijker: staat de site wereldwijd op een derde plek qua comments. Net achter Tokyo Hotel. “Niet slecht voor een man van 87.”

Marketing- en communicatieman Marc zag een paar jaar geleden dat Myspace in opkomst was. Na overleg met Toots en zijn management besloot hij de pagina in het leven te roepen. Het succes van vandaag heeft hij te danken slim en strategisch gebruik van de mogelijkheden van Myspace. Zo krijgt iedereen die zich meldt als vriend een persoonlijke welkomsboodschap. Die komt terug op de Myspace pagina van de nieuwe vrienden, zodat ook voor hun vriendenkring zichtbaar wordt dat Toots bestaat. En aangezien volgens Marc 80% van de vrienden eenzelfde muzieksmaak heeft, levert dat weer nieuwe aanmeldingen op. Dat geldt ook voor de verjaardagsboodschappen: een simpel filmpje opgenomen met een Apple Notebook waarin Toots je feliciteert en ‘happy birthday’ speelt, werd een jaar lang met een persoonlijk bericht naar iedere jarige vriend toegestuurd. Maar dan wel op een tijdstip dat het bij hen als eerste bericht van de dag zou binnenkomen. Dan zien alle vrienden van de jarige die ook online langskomen het filmpje van Toots ook. Levert weer nieuwe aanmeldingen op.

Maar ook de Braziliaanse tour van Toots was vanaf de eerste boeking via Myspace te volgen via een blog en foto’s doorgestuurd door het management of de fans zelf. En vergeet niet het bulletinboard te gebruiken. Een plek waar de meeste bands zelf nooit komen, maar wel zichtbaar voor de fans.

Ook hier goed nadenken over het tijdstip van een post: maandag en dinsdag tussen 17.00 en 20.00 is de bulletinboard-piek. De mogelijkheid tot het sturen van direct messages aan Toots is uitgezet. Wel kunnen fans peroonlijke berichten achterlaten bij het management, die daar dan op reageert. Verder maakt Toots ook gedurende zijn tours geregeld tijd vrij voor ontmoetingen met fans. Foto’s daarvan vind je weer terug op de Myspace en natuurlijk de Myspace van de fans zelf. Met als gevolg dat….enz. enz.

Al deze inspanningen zorgen er voor dat Toots constant onder de aandacht van zijn fans komt. Wanneer hij optreedt zijn zijn fans al op voorhand gemobiliseerd.  Al met al kost het Marc Bosch qua werk naar eigen zeggen nog geen uur per week en levert het Toots enkele honderden nieuwe followers per maand op. Inmiddels stuurt hij via de Myspace ook Facebook, Hyves en andere internationaal lokale varianten aan. Op Twitter is Toots nog niet te vinden, maar daar wordt binnekort over gepraat. Een eigen Toots-iPhone app is op den duur ook onvermijdelijk. Waarom niet veel meer bands op deze manier met hun fans communiceren? “Veel mensen denken nog in oplossingen van de vorige eeuw. Ze vertaalden vijfhonderd jaar boekdrukkunst naar het Internet, en nu zijn ze pas zes, zeven jaar met 2.0 bezig en dat is nog even wennen”, aldus Marc. Hij raad zijn tips overigens ook van harte aan voor onbekende bands: “Juist die”. Als voorbeeld haalt hij de Franse band Peppermoon aan. Danzij hun activiteiten op Myspace hebben ze het volgens Marc als in Nederland totaal onbekende act geschopt tot De Wereld Draait Door.

Zoek het juiste middel bij de doelgroep: ook de politie Hyvet en Twittert

De wereld verandert en dus moeten organisaties meebewegen. Ook de politie kan niet langer in de rol van klassieke zender blijven hangen. Regiokorps Hollands Midden met zo’n 750.000 inwoners is één van de voorlopers op dit gebied. Youtube, Hyves en Twitter behoren inmiddels tot de ‘standaard’ communicatie-middelen. Communicatieadviseur Marco Leeuwerink (35), @m_leeuwerink op Twitter, legt uit.

“Belangrijk is dat je je keer op keer blijft afvragen welke doelgroep je wilt je bereiken”, aldus Leeuwerink. Al naar gelang het antwoord op die vraag, past de communicatieafdeling van regiokorps Hollands Midden het communicatiekanaal aan. Zo werd voor een moord op kerstavond in Gouda uiteindelijk voor een oproep in het plaatselijke parochieblaadje gekozen. Aangezien het voornamelijk kerkgangers waren die die avond op straat liepen. Maar om jongeren te bereiken worden Youtube, Twitter en Hyves niet geschuwd.  

Het YouTube-kanaal van Hollands Midden is sinds januari 2008 in de lucht en heeft inmiddels 230.000 bezoekers getrokken. Een kwart daarvan valt in de doelgoep jongeren. Wanneer je dat vergelijkt met de gemiddelde leeftijd van de kijkers naar een programma als Opsporing Verzocht, is het verschil enorm. De leeftijd van de televisiekijkers ligt rond de 53 jaar. Misdaad in het uitgaanscircuit, waarbij hulp van getuigen wordt gezocht, valt via die weg dus nauwelijks op te lossen. YouTube biedt uitkomst. Met korte, snel gesneden en op de doelgroep gerichte filmpjes wordt de hulp van jongeren ingeroepen.

Maar YouTube wordt niet alleen voor opsporing ingezet. Het medium leent zich ook voor publieksvoorlichting en preventie. Zo werden studenten middels korte, grappige filmpjes geattendeerd op het feit dat vaak laptops uit studentenhuizen worden gestolen. En zelfs voor personeelswerving werd voor YouTube gekozen. Korps Hollands Midden zocht een jonge, net afgestudeerde persvoorlichter, maakte een YouTube-filmpje en riep op alleen middels een eigen filmpje te reageren. Er kwamen elf reacties binnen. Dat is weliswaar minder dan op een oproep in de krant, maar de opbrengst was wel van hoge kwaliteit. En doordat mensen zichzelf moesten presenteren, kon de politie gelijk zien wat voor vlees men in de kuip had. “Ik had ze alle elf wel kunnen aannemen”, laat Leeuwerink weten. Daarbij kostte de hele operatie veel minder tijd dan normaal. Brieven lezen, selecteren en er dan tijdens een gesprek achter komen dat iemand niet goed uit zijn woorden kan komen. Het is verleden tijd. Ook de kosten liggen lager. Een oproep in de zaterdagbijlage van de Volkskrant zou al snel 2000 euro hebben gekost, het YouTube-filmpje was gratis.

Niet altijd zijn films trouwens gratis. Soms wordt gebruik gemaakt van al bestaand materiaal, in andere gevallen gaat de afdeling communicatie zelf aan de slag of krijgt een extern bureau een opdracht. Naast YouTube, wordt in Hollands Midden inmiddels ook met Twitter gewerkt. Op meerdere manieren. Het is een medium waarmee heel goed valt te peilen wat er leeft onder de bevolking. Daar kan de politie dan weer haar berichtgeving op aanpassen. Dat was ook goed zichtbaar tijdens de bomaanslagen in Mumbai. De politie ter plekke probeerde het communicatieverhaal te bepalen, maar ondertussen was het nieuws dankzij de twitterende expats allang wereldnieuws. Ook kan via Twitter nieuws worden verspreid. En zet korps Hollands Midden het medium in om verkeerscontroles aan te kondigen.
Tot slot leent ook Twitter zich voor opsporing. Bij de zoektocht naar een pyromaan in Oestgeest, zijn via Twitter lokale bewoners gevraagd om ook op te letten. Niet dat Twitter in Oestgeest al wijd verspreid is, het staat nog in de kinderschoenen, maar de tien tot twintig mensen die via deze weg zijn benaderd, reageerden positief. “Het werkt als een olievlek. Ik geloof erg in het word of mouth-effect”, meldt Leeuwerink.

Inmiddels heeft korps Hollands Midden bijna alle korpsen op bezoek gehad en vindt de nieuwe  en vindt de nieuwe communicatiestrategie navolging. Er zijn nu vijf korpsen die YouTube inzetten. En het korps neemt op haar beurt weer initiatieven over van andere korpsen. En ook zijn er al meer wijkagenten terug te vinden op Twitter, bijvoorbeeld @wijkagentsassem. “Geen verplichting, maar wel een handige extra tool”, aldus Leeuwerink.